Volledig kunstgebit

Na verloop van tijd kan het nodig zijn uw volledige kunstgebit te vervangen. Vaak is vanwege slinkende kaakranden het kunstgebit losser komen te zitten. U heeft pijn of er ontstaan eet- en spraakproblemen. De tandprotheticus biedt deskundige hulp.

Stel, het probleem wordt veroorzaakt door afgesleten tanden en kiezen. Het is dan het best de hele prothese te vervangen. Als u in overleg met uw tandprotheticus besluit een nieuw kunstgebit te nemen, maakt u afspraken voor een intakegesprek/eerste afdruk, definitieve afdrukken, beetbepalingen, proefprothese, plaatsing van de definitieve prothese en nacontrole.

Nazorg is belangrijk, want u zult tijd nodig hebben om te wennen aan de nieuwe gebitsprothese. Vaak is het in het begin bijvoorbeeld moeilijk te kauwen en te praten. Heeft u er last van? Zoek contact met uw tandprotheticus. Hij weet hoe u zo snel mogelijk goed functioneert met uw nieuwe kunstgebit.

Een andere keer is geen vervanging van de volledige prothese nodig om de problemen op te lossen. Neem de persoon bij wie het onder- en bovengebit loszitten, omdat de twee kaakranden zijn geslonken. Dat leidt mogelijk tot pijn, spraakproblemen en slecht kauwen. De tandprotheticus brengt dan bijvoorbeeld aan de binnenzijde van de gebitsprothese een ‘voering' aan. De prothese sluit weer goed aan op het tandvlees en zit dus niet meer los.

Klikt u hier voor de informatieve folder.